hoofding BEVER BIEVENE

Aardrijkskundig overzicht 

Met 1978 ha is onze gemeente met haar massieve vorm de meest uitgebreide van de streek. Gelegen in de Z-W hoek van Vlaams-Brabant (Pajottenland) deelt ons dorp grenzen met 6 andere deelgemeenten die aan drie provincies toebehoren: Viane (Oost-Vlaanderen), Bassilly, Bois-de-Lessines, Twee-Akren (Henegouwen), Tollembeek en St-Pieters-Kapelle (Brabant).

Het reliëf bestaat uit een licht Z-N hellend vlak, met een gemiddelde helling kleiner dan 1 %, waarvan de hoogtelijnen schommelen tussen 30 en 75 m. De twee hoogste punten treft men aan op Commijn (73,75 m) en Romont (71,25 m). Dit hellend plateau wordt door 3 evenwijdige beken gedraineerd die zich aansluiten bij de Mark (bijrivier van de Dender) en de oppervlakte in brede valleien doorsnijden: de Arenbergbeek ten westen, de Carmoybeek in het centrum en de Pontembeek (Plasbeek-Eisbroekbeek) in het oosten. Een klein gedeelte (minder dan 10 %) van de gemeente ten zuiden van de waterscheidingskam van Romont maakt deel uit van het bekken van de Rembecq die zich verder bij de Sylle aansluit en zo de Dender bereikt.
Door zijn ligging in het centrum van het land, heeft ons dorp de eigenschappen van een gematigd zeeklimaat met kleine temperatuurschommelingen (3 °C in januari en 17 °C in juli) en een hoge vochtigheidsgraad (gemiddeld 180 dagen neerslag met een hoogte van 750 mm).
De brede valleien zijn gekenmerkt door donkere alluviale kleigronden, met een moeraskarakter. In deze gebieden neemt men dan ook logischerwijs vooral weiden en een gesloten landschap waar. Elders op het plateau bestaat de bodem uit fijne materialen (zand en leem) die in onze streek werden neergezet door de noorderwinden tijdens het pleistoceen tijdperk (kwartair).
Deze vruchtbare, minder vochtige gronden, worden gebruikt voor verscheidene teelten (koren, veevoeder en industriële gewassen) en geven een open akkerlandschap.
Onder de bodem vindt men eerst een 35 m dikke ondergrondse laag gevormd door zand en klei (tertiair tijdperk) die de harde silure leisteen uit het primaire tijdperk bedekt.
De structuur van de huisvesting toont weinig ordening en lijkt op een mengsel van geconcentreerde en verspreide bewoning. Men telt verschillende gehuchten met telkens een kern waaromheen boerderijen en residentiële woningen in losse orde verschijnen. Buiten de hoofdkern van het centrum vormen Akrenbos, Burght, Broeck en Romont de voornaamste gehuchten. Bij de eerste officiële volkstelling in 1857 telde Bever meer dan 3000 inwoners. Later, ten gevolge van de uittocht naar de grote stedelijke en industriële centra, daalde de bevolking tot 1627 inwoners in 1961.
Door de grenswijziging van onze gemeente in 1963 is het aantal inwoners gestegen tot 1828 eenheden. Thans blijft het zich rondom de 1900-2000 zielen handhaven.
Men moet opmerken dat onze bevolking een groot deel oudere mensen telt. Het geboorte- cijfer ligt daardoor lager dan het sterftecijfer, zodanig dat het relatieve evenwicht van de bevolking alleen gebonden is aan de migra- tiestromingen; het aantal inwijkelingen ligt nu opmerkelijk hoger dan het aantal uitwijkelin- gen. De huidige actieve bevolking bestaat vooral uit pendelaars die tewerkgesteld zijn in industriële en tertiaire ondernemingen van de regionale centra, vooral Brussel. Het aantal landbouwers die vroeger de voornaamste beroepscategorie vormden, is aanzienlijk gedaald met als gevolg een duidelijke uitbreiding van de bedrijfsgrootte. In 1961 gaf de landbouw nog werk aan 256 mensen (42 % van de actieven). Volgens de jongste statistieken (1991) zijn er in Bever maar 77 bedrijven meer die 135 mensen tewerkstellen, waarvan dan nog een relatief groot gedeelte de landbouw met een andere activiteit combineert.

Michel DEBLESER